Ik werk al 17 jaar met plezier op het onderwijs. Ik heb een brede baan: twee dagen bij het leerlingenloket en twee dagen in de keuken. Geen dag is hetzelfde. Bij het loket doe ik ziekmeldingen, surveilleer ik bij inhaaltoetsen, houd ik orde in de gangen en zoek ik spijbelaars en te-laat-komers op. We zijn ook een belangrijke schakel voor leerlingen die minder zichtbaar zijn, gepest worden of extra steun nodig hebben. We signaleren, luisteren en verbinden ze met bijvoorbeeld het zorgteam of docent leerlingenzaken.
Eén leerling bleef me extra bij. Zij spijbelde veel en versliep zich vaak. In plaats van alleen corrigeren wilden we haar patroon doorbreken. We spraken een uitdaging af: als zij drie maanden niet zou spijbelen of verslapen, vervielen haar nakomuren. Zo niet, dan moest ze alles alsnog doen. Ze ging de uitdaging met mij aan… en ze heeft gewonnen. Of ik, dat is maar net hoe je het bekijkt. Dat laat zien hoeveel vertrouwen en persoonlijke aandacht kunnen doen.
Ook in de keuken maken we verschil. Er komen dagelijks veel vaste leerlingen. Door kleine gesprekken ontstaat een band. We spreken ze aan op gedrag, zien veranderingen en spelen daarop in. Een timide leerling die onzeker binnenkomt en met een grote lach weggaat omdat de gebonden soep gelukt is, dat zijn de momenten waar ik het voor doe. Ik ben trots op wat ik mag doen. Als OOP kan ik het verschil maken, soms al door leerlingen echt te zien en te horen.
Mijn tip voor andere OOP’ers: “Sta af en toe stil in de gang en kijk echt om je heen. Je staat versteld van wat je ziet en van de gesprekken die dan ontstaan”.



